Romeyn de Hooghe tekent deze spotprent van de broers Cornelis en Johan de Witt in het jaar 1672. Dit jaar staat bekend als 'het rampjaar'. De Republiek werd aangevallen door onder andere Engeland en Frankrijk.
Een groot deel van het volk wilde dat Willem III van Oranje, achterkleinzoon van Willem de Zwijger, als stadhouder aan de macht kwam om orde op zaken te stellen. Sinds 1650 hadden de gewesten Holland, Zeeland, Utrecht, Gelre en Overijssel geen stadhouder benoemd. Raadspensionaris Johan de Witt wil niet dat een stadhouder ook de leiding krijgt over het leger. Als machtigste politicus van de Republiek krijgt Johan de schuld van de crisis. Op 20 augustus 1672 worden Cornelis en Johan door een woedende menigte, bestaande uit prinsgezinden, gelyncht.
De Hooghe maakte propaganda voor de prins en uit aan de hand van deze spotprent kritiek op de gebroeders De Witt. Op het moment van tekenen woont De Hooghe nog in Amsterdam. Vanwege zijn anti-Franse houding wordt hij door de Amsterdamse overheid gedwongen de stad te verlaten en verhuist hij in 1687 naar Haarlem. De Hooghe begint in Haarlem een tekenschool aan de Nieuwe gracht 13.
De overige spotprenten:
- Prins Willem III en de oorlogsgod Mars
- Aartsbisschop Maximiliaan van Keulen en een ezel
- Koning Lodewijk XIV en een leeuw
- Koning Karel II en een tijger
- Bisschop van Munster, Cristoph Bernard von Galen en een varken
Herkomst
Maker |
Romeyn de Hooghe (1645-1708) |
Datering |
1672 |
Collectie |
Voorhelm Schneevoogt |
Organisatie |
|
Nummer |
NL-HlmNHA_53009041 |
Link |
https://hdl.handle.net/21.12102/51491c35-2fb3-260a-277d-c7494af94e53 |
Gerelateerde thema's
Trefwoorden
Beschikbare tools
Overzicht van bron(nen) op de kaart